Het wolkje.

De mensen vragen zich af en veronderstellen. Niet luidop, maar ik hoor het toch.

Ze weten niet wat ik weet, wat ik denk.  Bijna niemand stelt vragen. Of toch niet aan mij. Ik geef dus ook geen antwoorden. Maar vandaag wel, hier wel. Gewoon, zomaar.

Weldra tweeëndertig kaarsjes op mijn verjaardagstaart, een eigen huis-met-tuin, mijn rots in de branding ondanks alles (mister Rolexico), de eerste poetsbeurten door iemand die ik betaal. Die en nog andere dingen doen vermoeden dat ik het allemaal wel voor mekaar heb. Het leven kabbelt voorbij en we hebben het goed. En toch…

De zon schijnt, maar het wordt niet warm. Er hangt een wolkje in de weg. Winter werd lente, lente werd zomer, zomer werd herfst, herfst werd opnieuw winter en het gaat zo maar door. Het wolkje is er nog altijd. Hoe hard de wind ook blaast, hoe hoog de thermometer de hoogte in gaat, het wolkje blijft koppig hangen.

(het wolkje zit in mijn hoofd)

Eerst was het een klein, wit, wollig wolkje. Mister Rolexico had het ook gezien. Het kwam – niet geheel onverwacht – aanwaaien op een lange zwerftocht in een andere wereld, een ander leven lijkt wel. Iets wat we al veel langer van elkaar wisten, werd zonder veel boe of ba uitgesproken en dat was het dan: een concreet plan. Het wolkje danste er vrolijk boven. We zouden een minimensje maken, een perfecte mix van mister Rolexico en Lady Bulinski!

Natuurlijk wist ik wel dat niet alles verloopt zoals je het plant, verwacht, wil, wenst. Dat weet ik nog altijd. Dat weet ik soms als de beste.

Maar plots zijn we anderhalf jaar verder en is het wolkje groter geworden, en dikker en grijzer, en wil ik dat het weggaat. Ik wil er niet meer aan denken en ik wil mij niet afvragen waarom niet en wanneer dan wel en wat is er mis. Ik wil niet meer voor de zoveelste keer naar de winkel hollen om een doosje tampax en dan sip zitten zijn op de wc. Ik wil mijn cyclus niet meer van buiten kennen en ik wil geen nepsignalen meer voelen. Ik wil er gewoon eens niet aan denken. En dan komt het wel. Maar probeer dat maar eens: iets willen maar er niet aan denken. Dat is zoals niet meer kunnen slapen omdat je voortdurend denkt dat je MOET slapen. Of zoiets.

Moeilijk, zeker in een omgeving vol bolle buiken en babybezoeken en kleine kindjes en hun moeë, drukke ouders. Hoe leuk we het ook voor iedereen vinden en hoe veel vragen we dan stellen, echt meepraten kunnen we niet. Dan wordt het wolkje een eiland waarop wij afdrijven van het vasteland.

“Proficiat”, zei Rolexico tegen 3 vrienden die net hun aanstaande vaderschap hadden aangekondigd. “Ja, gij niet proficiat he”, antwoordde een van hen.

Nee, wij niet proficiat, nee.

De wolk moet weg, ik wil mij er niet door laten doen. Ik weet alleen niet goed hoe. Misschien door ze uit mijn hoofd te schrijven. Bij deze. En dan komt het wel…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s