Kantelpunt

Daar sprong ik dan, in de wc’s van een recent geopende “hippe foodbar” in de stad (hun woorden, niet de mijne). Een paar minuten eerder was ik die licht paniekerig binnengevallen met een kleutermans die ineens héél dringend kaka moest, nu, nu, NUUU! (Zijn woorden, niet de mijne).

Gepakt met de net gedane boodschappen in een te kleine zak, een brood in de hand, handschoenen onder mijn arm geklemd, een ballon aan een koordje en L. ergens daartussenin was ik er wonderwel in geslaagd hem op tijd op het toilet te hijsen. Hij keek opgelucht, ik bijgevolg ook.

Doe maar kaka nu.

had ik moederlijk en geruststellend gezegd. “Ik moet niet meer”, hij kleuterlijk. Typisch!

Maar hij had zich vergist. Zo geschiedde.

Nadat hij zijn onderbroek, broek, jas, sjaal en helm terug aanhad en ik opnieuw muilezel kon spelen, maar wel een tevreden muilezel, had ik uiteindelijk de klink van de deur om de wc-ruimte te verlaten naar beneden geduwd. De klink waar ik de ballon losjes aan had gebonden. De ballon die, van zodra hij kon, de hoogte in vloog. Tot aan het plafond. Het hoge plafond. Ik stond erbij en keek ernaar. Ik keek naar L. L. keek omhoog en dan naar mij. Even bleef het stil.

Het was, zeg maar, een kantelmoment. L. zou – zo dacht ik in een fractie van een seconde – beginnen jammeren, waarop ik zou lopen foeteren, om beiden slechtgeluimd thuis te komen. Dat zou in de lijn liggen van hoe de dag was gestart en tot dan ook was verlopen. Een beetje humeurig.

Ik liet mijn tassen weer op de grond vallen en sprong. Stak mijn hand uit naar het koordje maar reikte te kort. Ik sprong opnieuw. Weer niet hoog genoeg. En nog eens. Mijn handtasje vloog rinkelend mee en terug. Ik zou er nooit aankunnen, tenzij ik binnen een stoel ging halen, daar op klom en dan zou springen. Ik twijfelde. Sprong toch nog een keer. L. liet het allemaal gebeuren. Ik moest lachen. Heel hard lachen. L. moest nu ook lachen.

Hahahahahahahahahahaaaaa ha ha haaa. Ha. Haaa.

Pienter L.’etje suggereerde om een nieuwe ballon te gaan halen aan het promostandje twee straten verder. Dat had hij ook het springkwartiertje eerder kunnen zeggen, nee? Knipoog.

Terug thuis was hij uren, of ja, toch zeker een half uur, zoet met een nieuw spel: hij liet zijn (tweede) ballon vliegen tot aan het plafond, klom op zijn trapje en ving hem dan met een acrobatische sprong.

Da’s cool hè, mama!

Blij dat ik mijn bijna 4-jarige kleutermans toch nog inspireer!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s