Spetterend eindejaar in verpleegstersuniform

Daar zat ik dan, geprangd tussen zoon- en dochterlief op de achterbank bij mijn oudjes in de auto op weg naar huis. De steeds terugkerende gloed van de lantaarnpalen naast de snelweg deden het wit van mijn verpleegstersuniform oplichten. Hoe was ik in deze surreële scène terechtgekomen?

Rewind naar een dik uur eerder, misschien twee. L. smikkelde smakelijk een spies abrikozenvlaai op. We waren voor het eerst op bezoek bij oma in haar nieuwe thuis, het rusthuis. Bij de koffie in de cafetaria ging L. een beetje spelen maar kwam hij al snel rond mijn been hangen. “Wat is er, vriend, ben je moe?” vroeg ik nietsvermoedend. Hij geeuwde maar schudde zijn koppige hoofdje van nee. Hij geeuwde opnieuw. Klom op mijn schoot en leunde tegen mijn schouder aan.

Toen gebeurde het. Het kwam in golven. Minstens drie. Er leek geen einde aan te komen, al duurde het waarschijnlijk niet meer dan een twintigtal seconden in totaal. Het ging te snel om te kunnen reageren. Ik wist niet wat mij overkwam. Of ik wist het wel, maar wilde dat het niet waar was.

“Mama!” siste ik naar mijn moeder die aan de overkant van de tafel met baby T. zat te spelen. Geen reactie. “Mamaaa!” zei ik nu iets luider. Haar blik bleef hangen bij kleine T. Niemand had iets door! “MAMA!” gromde ik wanhopig. Kijk dan toch!

Eindelijk keek ze op. En ze schrok. Ik hing vol, maar dan ook vol, braaksel van mijn liefste zoon, die nog steeds op mijn schoot zat. Hij halfvol, zijn bovenkant was proper gebleven.

Met papieren zakdoeken probeerden we de grootste brokstukken te ruimen. Was dat daar niet … ja, een stukje van de abrikozenvlaai? Ik kokhalsde, maar vermande me. Oma probeerde T. in bedwang te houden, die niets liever wou dan ramptoeristje spelen. Mijn vader kwam aandraven met een emmer water en handdoek. Het was onbegonnen werk. We moesten die kleren uit en onder de douche.

Ik zette L., die al die tijd had gezwegen, op de grond, ging zelf staan en probeerde mijn gouden glitterschoenen tussen de stukjes heen te manoeuvreren. De linker was niet ongespaard gebleven, zag ik al. Ach, het was helaas niet de eerste keer dit jaar.

Ik nam L. bij de hand en samen zetten we koers naar oma’s kamer. Als twee wandelende braakselplassen stapten we door de gang. Ik bleef naar mijn schoenen kijken. Het leek wel een slow motion. Volgens mij was ik ook een beetje in shock.

Na de grondige schoonmaakbeurt rees volgend vestimentair probleem: hoe zou ik naar huis gaan?! Mijn vest, kleedje en kousen zaten uitgespoeld en uitgewrongen te stinken in een plastic zakje. Een autorit van anderhalf uur, en vooral de weg van en naar de auto, nee, dat kon echt niet in mijn ondergoed. Ik panikeerde niet (vandaar dat ik denk dat ik in shock was).

De babyblauwe Damart-kamerjas van oma hing van aan zijn kapstokje naar mij te lonken. Ja, als het moest, dan moest het maar. Plots bracht een verpleegster soelaas, zij had nog wel een reserveuniform liggen. Of een ziekenhuiskleed? “Toch maar dat uniform, dankjewel.”

En zo komt het dat Rolexico mij vandaag zag thuiskomen in een wit verpleegsterpakje. Hahaha!

Wens mij morgen alsjeblieft géén spetterend eindejaar, lieve mensen, maar wel een smetteloos nieuwjaar!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s