Dag Dommellaan zeven. Dag oma.

Een of andere dag in mei, vorige lente. Daar zat ik dan, te turen naar een puntje op mijn Google Maps. Dommellaan 7, 3990 Kleine Brogel (Peer). Een van de weinige adressen die ik vanbuiten ken, met juiste postcode en al. Het huis van oma en opa. Een vaste waarde in mijn toen nog 36-jarig bestaan. Maar niet voor lang meer.

Is het toeval, dat die vaste waarden de laatste tijd lijken te verdwijnen? Is het omdat ik er onbewust op ben beginnen letten? Komt het door Lus en Trixie, die sneller groeien dan hun eigen schaduw? Door het kousenbroekje met lachende gezichtjes op de knietjes, dat een laatste keer aan de wasdraad hangt te bungelen, plots te klein voor de michelinbilletjes van mijn dochter. Door de stoel achterop mijn fiets, die steeds vaker leeg blijft, de passagier als een coureur in zijn dromen op zijn eigen tweewieler voor mij uit slingerend.

Komt het door oma, die onverwoestbaar leek, maar na een heupbreuk voorgoed naar een rusthuis verhuisde?

Het huis in de Dommellaan moest verkocht. Het huis moest leeg. Zo lagen, samen met enkele onverslijtbare meubelstukken, ook plots weer een heleboel herinneringen voor het rapen.

De roodleren pouf, het koeienveltapijt, het fluweelgroene bankje in de hoek. De oude piano met draaikruk. De mastodont van een klok.

Het geluid van de deur van de veranda naar de keuken als er nog een nonkel of tante binnen kwam. Die voorbij de formica keukentafel, langs de maandelijkse Bondzondernaamspreuk wandelde, voorbij de harmonicadeur, en plots “Hallo” in de living stond.

De veranda met versleten zetels, het rekje naast de deur waar opa zijn pijpen ophing. De koffiemolen op de schouw, de oude schoolbel in de gang, het vals gebit in een glas water op de lavabo in de wc boven.

Een zomer ging voorbij en het huis bleef van oma. En dan begon bijna de herfst. Iemand kocht de Dommellaan 7.

Oma die onverwoestbaar leek. Sowieso 100 ging worden.

Weet je nog Roel, toen we op bezoek gingen, en je de bloempot niet van de tuintafel kreeg? Oma deed het in 1 vloeiende beweging. Dè dan.

Weet je nog Lus, dat je met oma met de bal speelde, en dat oma zich niet liet kennen? En weet je nog Trixie, hoe oma jou en je broer onlangs bovenop haar rollator had gehesen en jullie samen door het rusthuis mochten sjezen. Oma had dat toch niet nodig, dat karretje.

Weet je nog Boekie, hoeveel sjakossen én postkaarten oma had en dat we daar postbode mee konden spelen? En de hometrainer in de nis tegenover de inkomhal waar we ontelbare keren mee naar Bokrijk zijn gefietst. Zogezegd.

Weet je nog Jan, dat je daar wel eens op mijn sloef stond. En hoe we Legofrieten met blauwe curryworsten bakten in de caravan?

Weet je nog oma, dat je mij hebt leren piano spelen? Dat je mij troostte omdat ik maar een 7 had op zang en dat je zei dat ook mensen met een diepe stem mooi konden zingen (ik was 6). Dat we samen knutselden, van dat papier met kraspennetjes en reliëf? Dat je mij de basisbeginselen van “snit en naad” uit de doeken deed? Alles met dezelfde nauwkeurigheid en een onevenaarbaar geduld. Juffrouw Meus.

Dat we ver woonden, en dat je blij was als we er waren. Dat je altijd iets in huis had, al was het maar een “djippeke” voor onderweg. Dat je opfleurde bij onze eigen kindjes, dat je met hen speelde en gewoon, dat jij er was. Een vaste waarde.

Ik weet het in elk geval allemaal, dat en nog zo veel meer. En meer nog dan dat huis in de Dommellaan 7, waar je natuurlijk onlosmakelijk mee verbonden was, zijn dit de herinneringen die ik bij me zal houden. Voor mij, voor ons, ben en blijf je altijd onverwoestbaar!