Sportpaleis, here I come

Ik prikte willekeurig in de gegrilde kip die voor mijn neus stond, propte gedachteloos een te zoete zoete aardappelfriet naar binnen en kapte het halve zoutvat leeg op de rest van de portie. In mijn hoofd probeerde ik een samenhangend verhaal bijeen te kneden over de voorbije 2 maanden, dat ik dan in een vlotte opeenvolging van betekenisvolle zinnen aan mijn collega, die tegenover mij zat en ik diezelfde 2 maanden al niet gezien had, kon overbrengen. Maar ik werd afgeleid door het tafeltje naast ons.

“Ik pak melatonine om te kunnen slapen”, hoorde ik het ene meisje tegen het andere verkondigen. Twee jonge twintigers, studentes nog, zo ontdekte ik even later. “Ik kan anders niet slapen van de stress.”

Stilte.

“En gij?”

“Niks. Maar ik ben wel al een keer bij de studentenpsycholoog geweest. Ge weet dat de eerste sessie gratis is he. Maar nu moet ik iemand anders zoeken om bij verder te gaan. Ze heeft mij doorverwezen. Maar ik kom hier wel sterker uit, dat weet ik gewoon.”

Ik zuchtte diep. En niet omdat ze zowat elke zin met “maar begon”. Maar waarom wel eigenlijk? Ik was de enige. De meisjes nipten verder van hun homemade ice tea en sneden alweer het volgende onderwerp aan. Meer woorden werden niet vuilgemaakt aan de mentale stand van zaken. Samen met de halflege borden werden ook hun zorgen van tafel geruimd. Ging dat bij mij ook maar. “Ober, ik kan niet meer, neem die burn-out anders terug mee naar de keuken. Er is vast nog iemand in de zaal die er per ongeluk ook eentje heeft besteld.”

Intussen was de samenhang in mijn verhaal verdwenen. Kon ook niet anders, er was namelijk geen samenhang. Hoe kon ik de lucht tussen ons vullen met de leegte in mijn hoofd?

Een hoofd vol, vol met … niks. Zo voelde het. En het was er gekomen nadat het vele lange maanden daarvoor gevuld werd met teveel. Zoveel dat het soms pijn deed en om een aspirientje vroeg. Zoveel dat uiteindelijk alles wat er in zat aan elkaar begon te knagen en al die afzonderlijke dingen langzaam maar zeker verpulverden tot stof en as. Wanneer ik dan nog eens écht wilde nadenken, verdwaalde ik in ijle vlakten onder mijn hersenpan. Zelfs het nachtelijke gepieker, mijn trouwe, terugkerende bedgenoot, bleef uit. De radertjes die gewoonlijk terug in gang gezet werden zodra mijn moeë hoofd het koude kussen raakten, deden het niet meer. Een geluk.

Ik keek nog eens opzij. De meisjes babbelden honderduit en zorgeloos. Ik keek rond. Niet alleen daar en dan, maar overal en gisteren en vandaag.

Mijn zus (3 maanden). Een van mijn beste vriendinnen (bijna een jaar). Mijn schoonzus (9 maanden). Een collega (8 maanden). Een andere collega (7 maanden). Nog een van mijn beste vriendinnen (2 maanden). En nog een (4 maanden and counting). De mama van een klasgenootje van L (3 maanden). Nog een collega (2 maanden). En. En. En.

Nee, erg origineel ben ik niet. Maar misschien komt er wel iets origineels uit voort? Geen eigen praktijk voor mindfulness, geen opleiding tot levenscoach, geen toegenomen aandacht voor zelfzorg. Iets anders. Een Sportpaleiswaardig spektakelstuk voor vrouwen, 30-plus (met uitzondering van de 2 twintigjarige studentetjes), om luidkeels mee te brullen met, of het minimale energievoorraadje leeg te dansen op, toepasselijke klassiekers, al dan niet lichtjes bewerkt.

It’s better to burn-out that to fade away … my my hey hey (Neil Young)

We’ll burn away, we’ll burn away, we’ll burn away my pride (Foo Fighters)

My head, my head, my head is on fire. Burn-out motherfucker, burn! (Bloodhound gang)

Opgebrand, ik ben zo opgebrand, ik kan alleen nog zagen want, ‘k ben opgebrand.

(Er zijn ongetwijfeld ook gasten die van het Vlaamse schlager-genre houden. Dus één toegift)

Een succes zeg ik u, voorwaar. Rijk en beroemd ga ik worden! Wel nog een belangrijke sponsor strikken. Redbull. Een sportpaleis vullen is één ding, het ook effectief in brand zetten met dit doelpubliek, daar heb ik wat extra hulp van buitenaf voor nodig.

Of toch best eerst een soundtrack in eigen beheer proberen?