Thinking about my doorbell, and when you’re gonna ring it

bel

Het is 10 na 8 op vrijdagmorgen. Ik kijk voor de 3de keer naar buiten, want onze bel doet het (nog) niet en ik verwacht de elektricien. Onder andere om de bel te repareren. Komt hij, of komt hij niet? Ik voel me stouter dan het stoutste kind in het grote boek van Sinterklaas, heen en weer geslingerd tussen hoop dat hij zal komen en wanhoop dat hij niet zal komen. Maar dit is Sinterklaas niet – althans niet de mijne – en ik ben niet stout geweest – althans toch niet dat hij weet.

De elektricien ging vorige week komen. Eerst op donderdag, maar donderdag ging zomaar voorbij, dus toen werd het vrijdag. Vrijdag ging eveneens voorbij. Dus kwam hij gisteren. Blijkbaar komt hij vandaag. Of niet?

Zo is het al weken. De aannemer, de schrijnwerker, de glazenmaker, de keukenbouwer … Ze werken volgens een planningtool die zijn duistere werkingsmechanismen niet aan mij wil prijsgeven. Ze hebben eigen regels, gebruiken en gewoontes en het mag wel duidelijk wezen: Rolexico en ik kennen die niet, ook niet na meer dan een jaar verbouwen. De planningtool vereist dagelijkse telefoontjes, sms’jes, whatsappjes en soms eens een kwade of gefrustreerde mail om toch maar iemand te laten komen. De planningtool weet echter wel perfect wanneer ze facturen moeten uitsturen met vervaldatum waar je zelf geen weken mee mag wachten. Vreemd. Toch?

Verbouwen, wat is me dat. Wat waren we naïef. Dromerig over onze plannen, enthousiast over die van de architect, hoopvol over de start van de werken. Ijverig in de afbraak, naarstig in de afvoer van het puin, nauwkeurig in het opvolgen van de werf. Overmoedig in het vertrouwen dat alles volgens plan zou verlopen. Eerst deed het dat wel. Alles ging goed. Echt wel. En plots ging zowat alles mis. Corona deed er een aardig schepje bovenop. Rolexico’s dagen bestonden uit bellen, bellen, bellen – en dan eens niet naar politici. De mijne uit gefrustreerd afwachten of er iemand zou komen opdagen of toch weer niet. De opgestapelde ergernis gebruikten we om dan ook het tuinhuis maar af te breken en de hele tuin uit te graven. Ineens had ik wel weer energie, ha.

Tegen juni zou het klaar zijn, of nee, juli. Pak toch maar augustus. Nee, beter september. Anders ineens het einde van het jaar? Het einde van het jaar is in zicht en rarara?

Ho, wacht, er klopt iemand aan de deur. Echt? Jawel. “Ik moest kloppen, want de bel doet het niet, zeker”, probeer ik nog te grappen. Hoezee, het is de elektricien! Hij weet waar te beginnen. En kan vandaag hopelijk ook eindigen. Bij het einde. Van de elektriciteitswerken bedoel ik dan.

Want volgende week is een nieuwe week, en een nieuwe week, dat betekent een nieuwe werkman.

PS. Titeltje gepikt

2 gedachten over “Thinking about my doorbell, and when you’re gonna ring it

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s