Wiebeltand

Doef doef doef … In mijn diepe slaap weerklinkt gebonk. Of nee, het is niet meer in mijn slaap, het is echt. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes en tuur naar de oldskool wekkerradio die al jaren naast ons bed staat, maar ons al even lang niet meer moet wekken. 06:10. Zucht. L. Biggie daalt de trap af met dezelfde, discrete tred als zijn vader. En dat is die – sorry dat ik het hier zomaar te grabbel gooi – van een olifant van middelgroot formaat, ondanks zijn postuur dat gewoon des mensen is. Tussenstop op de wc in de badkamer. Dan, zoals verwacht – want dit is uiteraard niet de eerste keer – even stilte tot ik iemand aan de deur van onze slaapkamer hoor morrelen. Die gaat al even discreet open. Dat heb je dan met oude huizen – en met een verbouwing die niet tot de verdieping in kwestie is geraakt. Nog moe en al helemaal zonder zin in de kou, trek ik het dekbed snel snel opzij om zoonlief naast mij te laten kruipen. Elke keer weer laat ik me vangen door de ijdele hoop om nog gezellig samen in te dommelen tot de wekker ook echt eens terzake kan afgaan. L. Biggie denkt er anders over. Zelfs zo vroeg in de ochtend zijn er belangrijke hersenspinsels die niet langer kunnen wachten om in een woordenwaterval uit zijn mond te storten.

“Mamaaa …”, fluistert hij eerst nog beheerst. “Mmmmh”, mompel ik slaperig, terwijl ik de ijdele hoop wederom in rook zie opgaan. “Mama”, zegt hij nu luid, “ik heb een wiebeltand! Voel, hier zo, een wiebeltand!”

Ik doe mijn ogen open en ben wakker. “Een wiebeltand, echt? Staat er een tand los?”

“Ja, voel maar”, zegt hij trots. In het duister ga ik op de tast naar zijn gezichtje, vind ik zijn mond en voel ik aan de tand in kwestie. Hij staat los. Een heel, heel klein beetje, maar toch los. “Wow”, zeg ik, “dat is wel speciaal.”

De eerste losse tand bij mijn eerstgeborene. Elke dag gaat voorbij zoals de vorige, en toch altijd een ietsiepietsie anders.

“Papa, wil jij ook eens voelen aan mijn tand die wiebelt?” Rolexico reageert niet. Hij kan zonder problemen weer in slaap vallen, ook al ligt er een woelend, babbelend kindermens met zijn eerste losse tand tussen ons in.

L. Biggie wordt groot. Maar echt groot. En dat is normaal, dat weet ik wel, kinderen groeien en worden groot. Al eeuwen lang. Overal. Voor ons, wij die al lang zonder melktanden door het leven gaan, is het ondertussen doodgewoon dat een kind een melktand wisselt voor een grote tand. Dat de gemiddelde 6-jarige plots met een of meerdere gaten in zijn mond rondloopt is slechts een banaliteit in de weg naar het grotemensendom. En tegelijk zo wonderbaarlijk.

Want hé, hoe raar moet het zijn dat je, zomaar op een dag, plots voelt dat je tand los zit en vervolgens te horen krijgt dat die binnenkort gaat uitvallen? En dat er een ander, groter, definitiever exemplaar voor in de plaats komt, traag maar gestaag, stuk voor stuk.

Met zijn wiebeltand vertrekt onze grote jongen, zoals elke weekdagochtend sinds 1 september, naar zijn klas in het eerste leerjaar. Daar leest, cijfert en powerpointpresenteert hij er op los in ruil voor een ononderbroken stroom van opgestoken duimen, vrolijke stickers en lachende smileys. Het eerste leerjaar, ook een mijlpaal. Met een echte boekentas, een pennenzak, een map voor huiswerk en een bankje waar hij de hele dag aan moet zitten opletten. Of dromen. Of sinds vandaag … ook stiekem zijn tand kan laten wiebelen? Ik vraag me af wat hij het interessantst vindt.

Wanneer ik hem ga ophalen, geeft hij mij onrechtstreeks het antwoord op die vraag. Ik pols of hij een leuke dag had en hij roept enthousiast uit: “Ja! Want weet je, mama, ik heb nóg een wiebeltand!” Dat wordt een groot gat in die mond binnenkort. Went het even snel als toen bij dat eerste babytandje dat kwam piepen en er in het begin wat gek uitzag in de tandeloze mond die je zo gewoon was?

Huiswerk maken, avondeten, gaan slapen … het gaat allemaal veel trager dan gewoonlijk. Nog trager, ja, het kan blijkbaar. Zeker wanneer je voortdurend aan je losse tanden moet zitten prutsen. Oh boy. Misschien toch die truc met de deurklink en een koordje eens proberen. Of er eerder een blogje aan wijden?

Op exact dezelfde dag als gisteren, maar dan 40 jaar geleden, stierf John Lennon. Daarom sluit ik graag af met een slaapliedje dat ik vroeger vaak zong/probeerde te zingen voor mijn eigen beautiful boy:

Before you go to sleep
Sing a little song
Every day in every way, it’s getting better and better

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s